Foto: Bram Belloni / (c) 2024
Foto: Bram Belloni / (c) 2024 Bram Belloni

Hockeydier pur sang

Door: Djurre Roggeveen Trainers en coaches Oranje Oranje heren Trainers en coaches Zuid-Nederland

Jarenlang het boegbeeld van Oranje. De techneut die heerste als controlerende middenvelder. Jeroen Delmee speelde tot zijn 38e en stroomde daarna direct door naar het vak van coach. Niet voor niks was hij de vlaggendrager op zijn vierde Olympische Spelen in 2008. In dat jaar sprak hij al de hoop uit om ooit als coach terug te keren op de Spelen. Komende zomer is het zo ver. Sinds 2021 is hij bondscoach van onze mannen. We zochten hem op, thuis in Vught. 

Zijn vier vrouwen hangen thuis in prachtige dubbelportretten aan de muur. Samen met zijn vrouw Janske heeft Jeroen drie dochters (Anne van 16, Kiki van 13 en Eva van 11), allen spelend bij Den Bosch. In de tuin, waar het gras mede door gebrek aan de juiste zonnestralen is vervangen door (hockey)kunstgras, slingeren meerdere hockeyballen rond. Toch is het niet meer zoals vroeger vindt Jeroen: ,,Er hangen hier genoeg sticks in huis. Als het een beetje fatsoenlijk weer is, slaan ze in de tuin een balletje tegen de muur. Maar het is anders. Nu gaan veel kinderen trainen omdat het in hun agenda staat, omdat ze moeten. Wij bleven vroeger na de training gewoon doorhockeyen. Wij waren altijd buiten. Voetballen, klimmen in de bossen of hockeyen op het veld of op straat. Mijn kinderen zijn nu altijd binnen. Dan liggen ze in een soort foetushouding op de bank, op hun mobiel te staren. Er was vroeger ook niks anders. Ik was 16 en deed niets anders dan hockeyen, we waren nog zo bleu. Nu gaan ze op hun 16e naar de stad, lekker socializen en shoppen. Het zijn totaal andere kinderen. Als ze iets niet leuk vinden, is het heel makkelijk om naar iets anders te switchen.’’


 Foto: Bram Belloni / (c) 2024

In alles wat Jeroen zegt, komt de vertaalslag terug naar zijn geliefde sport: ,,Het huidige probleem is dat kinderen al zoveel andere dingen doen; ze hebben 600 andere bezigheden. Ik had maar één ding: hockey. Dat is wel een verschil. Ik denk dat het nu moeilijker is om de focus te houden op je hockeycarrière, want de afleiding is veel groter. Mijn oudste van 16 gaat naar Knokke en Lloret. Maar als je met hockey de top wilt halen, dan kun je niet naar Lloret. Ze horen alle mooie verhalen van iedereen en die zijn verleidelijk.’’

Het Jeroen Delmee Veldje

Jeroen groeide op in Boxtel, in een echte hockeyfamilie. Zijn ouders speelden allebei bij MEP in het eerste. Zijn vader Harrie werd daarna topcoach van onder andere MEP en Tilburg in de hoofdklasse, maar ook keeperstrainer en manager van het Nederlands team. ,,Samen met mijn 2,5 jaar oudere broer Martijn zijn we echt vanuit de kinderwagen opgegroeid op de club. Al onze vriendjes, iedereen zat op MEP. Boxtel is wat dat betreft een grote familie en in het weekend was je gewoon op de club. Daar gebeurde het, daar was het gezellig.’’ Hele weekenden stond kleine Jeroen daar met latere internationals Piet-Hein Geeris en neef Sander van der Weide op het mini grasveldje te hockeyen. ,,Dat mini-veldje is nu kunstgras en heet het Jeroen Delmee veldje. Daar ben ik wel trots op.’’

In die tijd speelde MEP veelal in de hoofdklasse, met spelers en coaches als Roger van Gent, Bart van Lith, Karel van der Staak, Wim van Heumen, Andy Wijzenbeek en natuurlijk Harrie Delmee. Het was nog in het grastijdperk en de eerste periode van de zand kunstgrasvelden (MEP was een van de eerste clubs met een kunstgrasveld). De huidige assistent van Jeroen, Eric Verboom, kwam al jong over van de Dommel naar MEP. ,,Eric was toen al geobsedeerd door hockey, coachen en trainen. Hij vond het prachtig wat er bij ons thuis allemaal gebeurde en was vaak bij ons. Mijn broer en Eric zaten later ook samen in dezelfde Vespa scooterbende. Eric heeft bij MEP nog de laatste lichting echte toppers opgeleid. Maar de tijden zijn veranderd en spelers als Jelle Galema, Roel Bovendeert en Glenn Schuurman zijn voor MEP niet meer te behouden.’’ 

In het kraanwater

Welk water kwam er uit de kraan in Boxtel? Hoe komt het dat daar zoveel grote spelers vandaan komen? ,,Het zit ‘m voor een groot deel in de opleiding,’’ aldus Jeroen. ,,Mijn vader heeft daar ook een grote rol in gespeeld. Als je op een hoofdklasseclub met hoofdklassespelers en een hoofdklasse uitstraling zorgt voor een goede opleiding, dan versterkt dat elkaar. Iedereen wilde hockeyen. Als je jarig was ging je hockeyen, al je vrienden waren immers hockeyers. De sport is natuurlijk ook hard gegroeid. Vroeger waren de clubs veel kleiner. Clubs leidden toen zelf het talent op. Van wie krijg je tegenwoordig training? Niet meer van iemand uit heren 1 of dames 1, maar van iemand die trainer is geworden, als je geluk hebt. De huidige hockeygeneratie heeft het ook veel minder leuk. Vroeger was je sociale leven totaal verweven met het hockey. Vrijdag, zaterdag en zondag was het feest. Alcohol was destijds geen belemmering om niet naar huis te gaan. Op de hockeyclub leerde je je huidige vrouw kennen. Die familiefunctie is nu heel anders.’’


Foto: Bram Belloni / (c) 2024

15 bier en 1 Calippo

Al heel vroeg wist Jeroen dat hij alles opzij wilde zetten voor het hockey: ,,Als klein ventje was ik al super gedreven. Ik ben gewoon een strebertje. Als men zegt dat iets niet kan, ben ik de eerste die zal zeggen dat het wel kan. Ik vind het mooi om vanuit de underdog positie dat te bewijzen. Zo wilde ik heel graag naar het VWO, maar kreeg niet het VWO-advies. Daar was ik het helemaal niet mee eens. In de brugklas HAVO in Schijndel haalde ik toen alleen maar tienen om te laten zien dat ik het wel kon. Het VWO heb ik uiteindelijk met 8 vakken gehaald. Ook met hockey waren er misschien wel jongens die beter waren, maar ik ging er vol voor. Ik ben gestructureerd. Zo zat ik op mijn 16e in heren 1, maar dronk pas mijn eerste biertje op mijn 18e. Dan stond iedereen binnen bier te drinken en ik stond met mijn vriendjes na de wedstrijd op het mini-veldje. De standaardgrap aan de bar was: mogen we 15 bier en 1 Calippo! Ik heb nooit die groepsdruk gevoeld. Van mij hoefde dat bier niet zo. Mijn drive was echt om de top te willen bereiken en ik kon gewoon NEE zeggen. Piet-Hein Geeris heeft wel eens de opmerking gemaakt ‘het meeste talent sterft in de kroeg’, en ik denk dat dat echt zo was.’’

Steun van familie

Ook bij Jeroen en Janske sloeg de vlam over op een hockeyzondagavond in ’t Pumpke, de hockeykroeg van Den Bosch. Dat was in 1995, bijna 30 jaar geleden. Inmiddels is Jeroen dus een vader die al jarenlang gemiddeld twee tot drie maanden per jaar in het buitenland is met zijn team(s): ,,Ik heb een fantastische vrouw. Ik besef me heel goed dat ik heel blij mag zijn met haar. Janske vindt gelukkig alles mooi wat ik doe en benut deze periodes ook vaak om zelf leuke dingen te doen. Bij de grote toernooien is mijn gezin er altijd bij, maar Janske heeft ook echt haar eigen ding. Zelfs als ik in het buitenland ben voor het hockey, gaat zij met vijf vriendinnen een weekje skiën. Dan regelt zij dat de kinderen gewoon naar school gaan en terecht kunnen bij familie. We hebben veel aan onze omgeving; alle familie woont in de buurt en kan overal bijspringen en helpen. Dat scheelt enorm. Inmiddels zijn de kinderen oud genoeg om voor zichzelf te zorgen als ze uit school komen. Ze weten niet beter en zijn mede daardoor ook heel zelfstandig. Ze maken zelf hun planningen voor schoolwerk en toetsweken. En het zijn geen zeurkinderen, dat hebben ze mede ook wel van mij. Ze zijn heel verschillend, maar het gaat heel goed samen en ze zijn fanatiek. Alle drie vinden ze het ook leuk om mee te gaan naar het hockey. Toch volgen ze alles wel op een andere manier dan ik vroeger. Op maandagochtend hebben zij alle samenvattingen al gekeken. Ze kennen meer spelers dan ik. Soms kijken ze ook herhalingen van de hoofdklasse van drie jaar geleden.’’ Inmiddels werkt ook Janske in de sport: ,,Ja, ze heeft nu een superleuke baan. Ze is verantwoordelijk voor het sportsponsortraject van DHL,” vertelt Jeroen zichtbaar trots.


 Foto: Bram Belloni / (c) 2024

Tilburgse studententijd

Eigenlijk bestaat Jeroens carrière volledig uit hockey, ook al heeft hij wel gestudeerd. ,,Ik heb echt op basis van een feestje bij familie me maar ingeschreven voor Econometrie, omdat ik Economie en Wiskunde wel leuke vakken vond. Een keuze zonder enige voorkennis. Na één uur college had ik al in de gaten: dit is zo moeilijk. Alles wat voor mij normaal was, was niet meer normaal. Toen zeiden ze in de tweede les ook nog eens: ‘Als je het niet direct snapt, kost het je ongeveer 60 uur per week om het wel te snappen.’ Dat was niet te combineren met hockey, het was te complex. Ik heb nog een half jaar tegen mijn ouders volgehouden dat het best goed ging met mijn studie, maar ik ging eigenlijk alleen maar naar het snookercentrum een beetje poolen tijdens de lesuren.

Ik ben toen HEAO in Eindhoven gaan doen, commerciële economie. Ik wist niet wat ik wilde, maar met die richting kon je eigenlijk wel alles. Uiteindelijk is Frans het enige vak geweest, waar ik echt iets aan heb gehad. Ik heb acht jaar over de studie gedaan, dus heb ik acht jaar Franse les gehad. Dat kwam goed van pas in België en toen ik bondscoach van Frankrijk werd.’’

Jeroen woonde in die tijd anti-kraak in Tilburg. Met een uitwonende studiebeurs en wat clinics die hij deed voor de bond, kon hij een heel eind komen: ,,Ik ben vrij snel uit Boxtel vertrokken; de stad trok mij aan. Toen ik speelde bij Tilburg - en ook in mijn begintijd bij Den Bosch - kregen we als spelers nog niet betaald. Op een gegeven moment kwam er wel iets van betaling vanuit de clubs, maar dat was heel weinig. In die tijd was alles een stuk goedkoper, hè. Met 500 gulden beurs en maar 200 gulden huur, had ik 300 gulden leefgeld per maand.”

Hechte vriendengroep

Gedurende zijn tijd in Tilburg leerde Jeroen veel verschillende vrienden kennen die nog steeds een hechte groep vormen. ,,Het grappige aan die groep is, dat iedereen op zijn eigen manier heel succesvol is geworden: advocaten, topondernemers en directeuren. Dat weet je natuurlijk nooit van tevoren. Ik ben via het hockey in contact geraakt met ze, maar ze komen allemaal uit verschillende regio’s en geledingen. Het zijn vrienden van vrienden die nu zijn samengesmolten tot een hechte groep van een man of 15. Het leuke is, dat ook de vrouwen en kinderen heel goed klikken. Begin maart zijn we nog met zes man gaan skiën. Elke zondagochtend verzamelen we bij de Rustende Jager voor een bak koffie en lopen of fietsen we een uurtje door de Loonse en Drunense Duinen. Als ik iets anders doe dan hockey buiten het gezin, dan is het met deze groep.

Het grootste nadeel van het leven wat ik leid, is toch dat ik een minimaal sociaal leven heb. Ik ben vrij op momenten dat andere mensen werken. Als speler trainde ik natuurlijk ook altijd ’s avonds. Den Bosch heren 1 waren mijn vrienden. Die teamvrienden van toen zien elkaar niet zo vaak meer, maar als je elkaar wel tegenkomt, is het direct gezellig; ouwe jongens krentenbrood. Laatst hadden we weer een reünie met het Nederlands team van het WK ’98 en dan is het meteen leuk.’’

Reflecteren en leren

Inmiddels is Jeroen 15 jaar coach, maar leert hij nog elke dag: ,,Ik ben heel basic. Ik put heel veel uit eigen ervaringen en de fouten die ik maak. Je komt er snel genoeg achter, als je fouten maakt.” Maar hoe reflecteer je jezelf? Het is een vraag waarbij Jeroen voor het eerst wat langer stil is… 

,,Ik denk mede door gesprekken met anderen, maar het meeste omdat ik continu mezelf aan het evalueren ben. Ik vraag me bij alles af of ik dat wel goed heb gedaan en of ik iets niet anders had moeten doen. Bijvoorbeeld met de heren van België. We worden 2e op de World League en we kwalificeren ons voor de Spelen, maar omdat het EK erachteraan kwam, had ik al gezegd, ik wil ook andere jongens zien spelen voor de Olympische Spelen. Ik heb toen heel Nederlands geacteerd, zoals wij dat vroeger deden. Ik heb jongens thuis gelaten om ze te prikkelen. Zoals dat destijds met Taekema en De Nooijer gebeurde. Maar Belgen hebben daarin een andere cultuur. Ze zeggen A, maar als de deur dicht is, komt B ook weer om de hoek kijken. Terwijl wanneer wij als Nederlanders A zeggen en weglopen, het nog steeds A is. In de week direct na dat EK, waar we geloof ik 5e werden, was ik al aan het evalueren. Maar ik zat nog hoog in mijn emotie. Iedereen had zijn mening. Ik werd toen een paar dagen later wakker en dacht: ik heb helemaal geen zin meer om naar België te gaan, geen zin meer om training te geven. Ze wilden wel dat ik doorging als coach, maar dan moesten we wat dingen anders doen. Ik heb toen gebeld en gezegd dat we het daarover niet meer hoefden te hebben, want ik stopte er mee. Als ik daar nu op terugkijk, besef ik me dat je in die eerste weken niet direct moet gaan evalueren. Je moet eerst even de tijd nemen om echt te bezien wat er allemaal gebeurd is. Als ik toen de rust had genomen en niet vanuit de emotie was gaan evalueren, had ik misschien andere keuzes gemaakt.’’

Omgekeerde weg

Jeroen is in de loop van de afgelopen jaren echt veranderd als coach, en ook als mens, merken we in ons gesprek. Hij spreekt vrijer en opener over zichzelf en zijn ontwikkelingen dan tien jaar geleden: ,,Ik heb de omgekeerde weg bewandeld. Het logische zou zijn, dat je als clubcoach ervaring opdoet en vanuit daar doorgroeit. Maar ik ben bovenin begonnen. Ik heb dus de kans gehad om op dat allerhoogste niveau dingen goed te doen, maar ook fouten te maken en daar van te leren. Ik ben er nooit van overtuigd dat ik de juiste keuzes maak. Ik kan mijn keuzes wel beredeneren, maar zolang je blijft twijfelen aan jezelf en accepteert dat jouw beslissing niet altijd de beste is, krijg je ook geen blinde hoeken. Zolang je blijft openstaan kun je dingen herkennen en verbeteren. Ik ben nu een totaal andere coach dan tien jaar geleden. Er zit een veel menselijkere kant in mij, die beseft dat het niet altijd alleen om hockey draait. Ik weet hoe rationeel ik ben, bij mij is alles rationeel, maar ik geef de emotie nu meer ruimte. Tien jaar geleden had ik gezegd - we gaan trainen, trainen, trainen - niet zeuren gewoon nog harder trainen. Nu zeg ik - we moeten maar eens minder trainen, misschien worden we daar beter van.’’

Olympische Spelen

Nu komt Parijs echt dichtbij. Voelt hij daardoor extra druk? ,,Ik voel altijd druk. Veel druk kun je wegnemen als je kunt zeggen: we hebben er alles aan gedaan, dit is het maximale op dit moment. Naarmate het verwachtingspatroon groter wordt, zeker vanuit de buitenwereld, neemt die druk toe. We hebben het WK gespeeld en misschien was dat wel ons beste toernooi ooit, omdat we met een compleet nieuwe ploeg speelden, met het gevoel dat we niks te verliezen hadden. We hoefden ons niet te bewijzen. De vrijheid waarmee we daardoor konden spelen, zorgde ervoor dat we het beste hockey hebben gespeeld tot nu toe. Sindsdien hebben we twee keer de Pro League gewonnen en het EK. Nu kijkt iedereen met een andere blik naar Nederland. Velen vinden dat wij de Spelen moeten winnen. Maar we gaan met 10 of 11 jongens die nog nooit op de Spelen zijn geweest. Ik haal voor mezelf de druk weg, omdat ik heel goed weet waar we staan en wat voor groep we hebben. Ik kan niks anders doen dan mijn stinkende best. Ik kan niks anders dan verantwoorden welke keuzes we maken met de technische staf en met de spelers. Dat kan goed uitpakken of niet. Bij de heren kun je gewoon de kwartfinale verliezen, zo simpel is het. Australië, India, België, Duitsland en Engeland: ze doen allemaal mee, succes. Effe je dag niet hebben en je ligt eruit. Wij moeten ervoor zorgen dat we de jongens zo goed mogelijk aan de start laten verschijnen en dan moet het maar gebeuren.’’

Team samenstellen

Zitten er niet teveel Delmeetjes in het team? ,,Ik snap dat mensen dat vinden, maar daar ben ik het niet mee eens. Je moet kijken naar wat het beste team is. Ik denk dat in Tokyo misschien wel de beste hockeyers hebben gestaan, maar niet het beste team. En ik ben altijd een teamspeler geweest. Zelden stond ik op de voorgrond. Het team vind ik het allerbelangrijkste. Ik heb geen zes spitsen nodig die allemaal een goal kunnen maken. Ik wil ook een spits die een bal afpakt in de aanvallende cirkel en niet pas in onze eigen 23. Dan hoeven we niet weer 60 meter te overbruggen. Zo kijk ik naar een team.’’ 

Een goed team maken, gaat over meer dan hockey, benadrukt Jeroen. ,,Dan gaat het om teamdynamiek. Wat voeg jij als speler toe aan de ploeg? Zorg jij voor spanning in de ploeg, ja of nee? Ik heb jongens nodig die van het harde werken zijn. En ik heb jongens nodig die het verschil kunnen maken. Wij kijken als Nederland altijd naar de stylisten, wie is er goed met de bal? Bij het voetbal zie je vaak dat ze kiezen voor de spelers in vorm. Bij nieuwe spelers in vorm denk ik: is er nog tijd om een hele tactiek te leren, terwijl wij al drie jaar met deze groep bezig zijn? Ga ik veel tijd investeren in die ene speler die alles nog moet leren? Op een gegeven moment is het een pré voor een speler als ik precies weet wat ik aan hem heb. In het voetbal zijn we niet meegegroeid daarin. Laatst tegen Duitsland speelt Nederland balbezit op de eigen helft en Duitsland speelt balbezit op de aanvallende helft. Dat is het verschil.’’ 

Het belang van winnen

Jeroen en zijn staf praten heel veel met de jongens. ,,Ons sentiment in Nederland is altijd gericht op balbezit. Zitten we niet lekker in het toernooi, dan gaat het direct over de connecties, de automatismes. Ik ben van de verdedigende structuren, de verdedigende organisatie moet staan. Als ik bijvoorbeeld kijk naar het EK, dan hebben we dat veel meer gewonnen op basis van ‘toernooi hockey’. In fases speelden we mooi hockey, maar het niveau was wisselend. Doordat we het verdedigend goed op orde hadden, wonnen we toch onze wedstrijden. Ons Nederlandse gevoel is niet gebaseerd op feiten. Hoe vaak zijn ze bij ons in de cirkel geweest? Hoe vaak hebben we de bal afgepakt op de aanvallende helft? Zo zitten we niet in elkaar in Nederland. Het gaat niet alleen om mooi. Het gaat om effectiviteit. Hoe hoger op de helft van de tegenstander je een bal afpakt, hoe groter de kans is dat je weer een kans creëert. Hockey is een sport van momenten geworden, een doelpunt maken vanuit de eigen opbouw gebeurt bijna niet meer. Lange corners, man-meer situaties, dat zijn de momenten waarop je het moet doen. Natuurlijk willen we mooi hockeyen en automatismen inslijten. Maar als dat niet werkt, moet je niet meteen een slecht gevoel krijgen. Dan kom je in een negatieve spiraal. Je kunt juist een energieboost krijgen van een duel winnen! Het belang van het winnen heeft Eric uit Duitsland meegenomen. Het is een voordeel dat wij beiden gewerkt en geleerd hebben in het buitenland. Ik heb bij België gezien wat het doet als je van plek 13 op de wereldranglijst - waar we dus niks betekenden - naar nummer 3 stijgt. Er ontstaat een verwachtingspatroon dat spelers niet kennen. Op het WK van 2014 waren er jongens die niet meer het veld in durfden, onder het mom ‘We moeten nu winnen van Engeland, want iedereen denkt dat België de halve finale haalt’. Ik had er nooit bij stil gestaan dat die druk een enorme extra prikkel met zich meebrengt. Er is nog steeds geen land dat de afgelopen 20 jaar zoveel gewonnen heeft als Nederland. We zitten structureel in de top 3. Wij zijn dus vanaf de jeugd gewend, dat we altijd moeten winnen.’’ 


Foto: Bram Belloni / (c) 2024

De toekomst

Met het tijdperk na het coachen is Jeroen nog niet bezig. ,,Ik ben pas 15 jaar coach en vind het spel veel te leuk, dus denk nog niet over de tijd erna. Ik moet nog zo veel meemaken. Ik denk dat de bond ook wel door wil, want de resultaten zijn niet slecht… En volgens mij vinden de spelers het ook leuk. Er kan nog zoveel meer in deze ploeg gestopt worden. Op den duur zou ik het mooi vinden om nog eens te coachen bij Den Bosch of Oranje-Rood bijvoorbeeld. Er zijn zoveel mooie clubs. Dat voelt niet als een stap terug.’’

Hockey Connect Magazine